Eerst voor de Jood dan voor de Griek?

Volgens Openbaring veertien is de boodschap van de bijbel een eeuwig evangelie. Dit is iets wat wij nog weleens uit het oog willen verliezen. Het evangelie begon toen God Zijn liefde toonde, door intelligente wezens te scheppen met een vrije wil. Eerst schiep Hij het zichtbare universum, daarna de engelen, zij hadden vrije toegang tot de God die hen had geschapen. Er was nog geen wanklank in het heelal, toch had God een plan gereed, om als er zonde binnen Zijn schepping zou ontstaan, Hijzelf de gevolgen zou dragen, en de vrede zou herstellen.

 

Lucifer

De eerste en grootste engel was hij die de lichtdrager (Lucifer) werd genoemd. Slechts Michael (Hij is die God is), God die de vorm van een engel had aangenomen, stond boven hem in rangorde en aanzien. Wij weten niet wanneer in onze aardse tijdrekening het verkeerd ging, maar deze overdekkende cherub voedde hoogmoed in zijn hart. Hij vroeg zich af, waarom hij Michael moest gehoorzamen, en God blindelings moest eren en dienen. Hij hield die gedachte niet voor zichzelf, maar hij overtuigde ook ander engelen van zijn idee. Hoewel God hem keer op keer de mogelijkheid gaf om terug te keren van zijn weg, verwijderde Lucifer zich steeds verder van het ideaal dat God voor al Zijn schepselen heeft. Er kwam een moment dat zijn naam niet langer lichtdrager was, maar tegenstander (satan).

 

Verwijdering

Satan, en de engelen die hij had verleid, kregen van God de toestemming om op aarde, een planeet die nog geen bestemming had en nog in chaos verkeerde, hun heil te zoeken. Als God na een bestemde tijd deze planeet bezoekt, vind Hij hem nog in duisternis en wanorde. Satan en zijn volgelingen zijn niet in staat geweest orde te scheppen in de chaos. Het is pas als God Zijn machtwoord spreekt, dat er licht in het rijk van de vorst van de nacht verschijnt. In zes dagen schept de Vorst van het licht een wonderschone planeet, met daarop op de zesde dag intelligente wezens, de mens. Ook zij krijgen de vrijheid van keuze zoals de engelen die hadden, God uit vrije wil dienen, of de vorst van de duisternis volgen en zijn lot delen. Het hele universum hield zijn adem in, wat zouden zij doen?

 

De val

De mens kiest net als satan voor oppositie tegen God, zij overtreden een duidelijk gebod van hun Schepper. God vroeg niet iets moeilijks, Hij had hen alle fruit van de wereld gegeven, met uitzondering van één, en juist die kiezen zij, op aanraden van de prins van de duisternis.

 

Het evangelie.

Het is op dit moment dat God Zijn plan aan hen en het universum ontvouwt. God had hen verteld dat als zij Zijn gebod zouden overtreden, zij de dood zouden sterven. Nu neemt God een lam en slacht dat op een altaar dat Hij met eigen handen gemaakt heeft. Hij vertelt Adam en Eva, dat zij hun handen op de kop van dat lam moeten leggen en hun zonden belijden. Zij krijgen als eerste mensen een uitleg van het evangelie. Dit evangelie, dat een Onschuldige voor de zondaar zou sterven, moesten zij aan al hun nakomelingen vertellen. Deze boodschap, dat de zondaar behouden kon worden door wat God in Zijn Zoon voor de mensheid zou doen, werd de basis voor de nieuwe relatie tussen de Schepper en de mens. En de engelen, gevallen en ongevallen, kijken met ingehouden adem  toe.

 

Geen Jood?

Adam was natuurlijk geen Jood in de letterlijke zin van het woord, die kwamen pas na 2000 jaar. De Joden waren de nakomelingen van Juda, één van de zonen van de aartsvader Jacob. Toch kan ik mij voorstellen dat Adam God van harte dankbaar is geweest, toen hij het verlossingsplan te horen kreeg, en dat hij God geloofd en geprezen heeft voor die verlossing. Daar de naam Jood betekent: Ik zal God loven, werden Adam, Eva en al hun kinderen die de verlossing aannamen, hoewel geen nakomelingen van Juda toch Godlovers.

 

Een uitverkoren volk

God heeft altijd hier op deze wereld een uitverkoren volk, beginnend bij Adam tot in onze tijd. Iedereen die het evangelie hoort, begrijpt, aanneemt en er naar wil leven, is een koninklijk priesterschap, een heilige natie, God tot eigendom. Van de volken van vóór de zondvloed weten wij weinig. Wij kennen de nakomelingen van Kain, die de kinderen der mensen worden genoemd, en de kinderen van Seth, die met de naam zonen van God worden aangeduid. Toch lijkt het logisch dat Adam en Eva in die bijna duizend jaar van hun leven, in ieder geval tientallen, meer waarschijnlijk honderden kinderen hebben gekregen. Deze nakomelingen zullen zich hebben verdeeld in stammen, of bevolkingsgroepen. In die stammen zullen gelovigen en ongelovigen door elkaar hebben geleefd, net als vandaag de dag. Tegen de tijd dat de zondvloed over de aarde kwam konden de gelovigen op de vingers van twee handen worden geteld.

God wilde met deze acht mensen opnieuw beginnen, een uitgelezen volk dat hem trouw zou blijven. Zij hadden immers de gevolgen van de zonde met eigen ogen gezien. Ook hadden zij ervaren dat God hen kon redden door de golven van de zondvloed. Zij hadden alle reden om Hem onvoorwaardelijk trouw te zijn. Ei doch, de tegenstander slaapt nooit. Binnen twee generaties was de wereld alweer verdeeld tussen ware gelovigen en afgodendienaars.

 

De aartsvaders

Als de wereld weer steeds verder afglijdt van God, en de schepping gaat aanbidden in plaats van de Schepper, als zij hun hart verharden en hun geest verward wordt, verwart God ook hun taal. Zij verspreiden zich over de wereld. Onder hen die het tweestromenland verlaten is ook de familiegroep waar Abram deel van uitmaakt. Zij zijn uitgetrokken om op bevel van God zich te vestigen in een land wat Hij hen zou wijzen. Het is met deze Abram dat de Schepper een verbond maakt. Iedereen die het geloof van Abram heeft, en aan de voorwaarde van het verbond voldoet, deelt in dat verbond.

 

Voorwaarden en teken.

Wij moeten oppassen dat wij het teken van het verbond, niet verwarren met de voorwaarden hiervan. Het teken was de opdracht om iedere man die deel wilde worden van dat verbond te besnijden, de voorwaarden waren dat zij (mannen én vrouwen) zich zouden houden aan Gods wetten inzettingen en verordeningen. Hoewel de vrouwen niet besneden werden, werden zij verwekt door een besneden geslachtsorgaan en waren zodoende deel van het verbond. De dag dat Abraham en zijn zoon Ismael zich lieten besnijden, worden alle mannen die met hen meetrokken, slaven en vrijen, ongeveer vijfhonderd, ook besneden.

 

Een apart volk

Het duurt nog weer vijfhonderd jaar, eer de nakomelingen van Abraham een groot volk geworden zijn. Vierhonderd jaar daarvan zijn zij in Egypte geweest. Het laatste deel van hun verblijf in Egypte werden zij als slaven behandeld. Het is slechts als God een verlosser (Mozes) stuurt, dat zij dat land kunnen verlaten. God leidt hen naar de berg Horeb, alwaar Hij het verbond wat Hij sloot met Abraham, Isaak en Jacob herbevestigt. Vanaf dat moment zijn zij een volk met een opdracht om het evangelie over de hele wereld uit te dragen. Ja zij waren het uitverkoren volk, maar wel één met een opdracht. De besnijdenis op zich was niet genoeg om deel van dat volk te blijven. Iedereen die Gods wetten met de voeten trad, kon uitgeschreven worden uit het bevolkingsregister. Dit stond gelijk met een doodstraf, voor het volk bestond je niet meer (Zie de verloren zoon). Er bleef wel altijd de mogelijkheid om je te bekeren. Je kon dan naar de priester gaan, zelf je handen op de kop van een offerdier leggen, je zonden belijden en ondergedompeld worden in een waterbad. Een beeld van de afwassing van de zonden en het sterven van de zondaar.

 

Dan de Griek, rangorde of volgorde?

Van Abraham tot Jezus verlopen 2000 jaar, in die tijd kunnen de andere volken leren van wat God eerst aan de aartsvaders en later aan de nakomelingen van Israël heeft geopenbaard. Er was altijd wel een klein overblijfsel binnen het volk wat trouw bleef aan God, en Zijn licht liet schijnen. De kennis van Gods verlossende liefde werd verkondigd aan alle volken, velen sloten zich dan ook aan bij het volk van God zie o.a. Ester 8:17. Hieruit blijkt dat noch voordat God het verbond met Abraham sloot noch daarna, sprake is van exclusiviteit. Dit verbond was altijd bedoeld als een evangelisatie middel voor de hele wereld.

 

Hoe zit dat met de tijd na de dood en opstanding van Jezus. Was dat verbond minder waard geworden, of straalde er meer licht uit nu duidelijk was wie dat Lam was dat men altijd geofferd had? Hoewel het evangelie na de dood van Stephanus meer in het bijzonder ook aan de heidenen verkondigd werd, waren het aanvankelijk joodse zendelingen (apostelen) die deze boodschap over de hele wereld verspreidden, aan de jood en aan de heiden. Zij deden dat zonder onderscheid te maken. Ieder die de boodschap aannam trad toe tot het verbond. Ja, de Joden hadden een voordeel, zij werden van jongs af onderwezen in de heilige schriften, daarin hadden zij een voorsprong. Daarentegen was het zo, dat zij ook een veel grotere verantwoording hadden om die kennis te verspreiden.

 

En wij?

Zijn wij als gelovige Christenen anders dan de vorige generatie, zijn wij niet geneigd om ons apart te stellen van hen die minder weten? Ook wij kunnen in die val van satan trappen dat onze kerk of groep beter is dan de rest, dat wij door het lidmaatschap unieke voorrechten hebben boven de rest van de gelovigen. Laten wij daar mee ophouden en beseffen dat hoe meer wij van het evangelie weten hoe meer wij verantwoordelijk zijn voor de geestelijke gezondheid van ieder om ons heen.

Eerst de Jood maar zeker ook de Griek.

Piet Westein